Altsleutel
Welke noot in de altsleutel op welke lijn staat: de vijf lijnen zijn F3 · A3 · C4 · E4 · G4, de vier spaties G3 · B3 · D4 · F4. Plus de hulplijnen en waar de centrale c ligt.
De hele balk
Een muzieksleutel doet precies één ding: hij legt één bepaalde noot op één bepaalde lijn. De altsleutel heet ook C-sleutel op de derde lijn, omdat zijn teken de noot C4 op de 3e lijn legt. De rest volgt vanzelf: lijnen en spaties zijn een ladder zonder gaten, elke trede omhoog is de volgende letter.
Lijn voor lijn
| Plaats | Noot |
|---|---|
| 5e lijn | G4 |
| 4e spatie | F4 |
| 4e lijn | E4 |
| 3e spatie | D4 |
| 3e lijn | C4 |
| 2e spatie | B3 |
| 2e lijn | A3 |
| 1e spatie | G3 |
| 1e lijn | F3 |
Om te onthouden
Het midden van het teken wijst naar de centrale c — en die valt hier precies op de middelste lijn. Wie dat weet, heeft geen ezelsbruggetje nodig.
Boven en onder de balk
Wat hoger of lager ligt dan de notenbalk krijgt korte hulplijnen. Dat is geen uitzondering, maar dezelfde ladder, alleen verder geteld.
Waar de centrale c ligt
In de altsleutel ligt de centrale c hier: 3e lijn — midden in de balk. Dat is ongewoon; in de twee gangbare sleutels ligt ze erbuiten.
Wie hem leest
Vrijwel alleen de altviool. Daarom heet hij ook altvioolsleutel.
De andere sleutels
Anotona doet het voor je
Maak een foto van een blad muziek of speel de melodie — Anotona vindt de toonsoort, zet de noten en transponeert ze naar elke andere. Gratis.
Bekijk AnotonaElke noot op deze pagina is berekend, niet overgetypt.