Omkeringen
Een omkering is hetzelfde akkoord met een andere toon onderin. Waar dat goed voor is, laat zich uitrekenen: bij het wisselen legt de hand een kwart van de weg …
Wat een omkering is
Een drieklank heeft drie tonen, en elk daarvan kan onderin liggen. Ligt de grondtoon onderin, dan heet dat grondligging; gaat hij een octaaf omhoog, dan ontstaat de eerste omkering, en nog eens de tweede. Het zijn altijd dezelfde drie tonen — alleen in een andere volgorde.
Waar ze goed voor is
De gebruikelijke uitleg zegt wat er gebeurt. Interessanter is waarvoor. Hier is I–V–vi–IV in C groot, één keer in louter grondliggingen en één keer met telkens de dichtstbijzijnde omkering. Eronder staat hoe ver de vingers zich daarbij bewegen, geteld in halve tonen.
Alles in grondligging
37 halve tonen weg
Met omkeringen
9 halve tonen weg
Dat is de hele reden. Niet elke reeks wordt er korter door — bij een baslijn die toch al stap voor stap omlaag gaat, zijn de grondliggingen al de kortste weg. Maar bij de gangbare vieren scheelt het springen, en precies daarom speelt elke pianist ze zo.
Anotona doet het voor je
Maak een foto van een blad muziek of speel de melodie — Anotona vindt de toonsoort, zet de noten en transponeert ze naar elke andere. Gratis.
Bekijk AnotonaElke noot op deze pagina is berekend, niet overgetypt.