Nederlands

Notentekens

De boventoonreeks — waarom een toon nooit alleen klinkt

Zes gevallen van één reeks: octaaf, kwint, grote terts en de zevende boventoon die geen toets haalt — gedrukt en berekend naast elkaar.

Een trillende snaar trilt niet alleen als geheel. Ze trilt tegelijk in helften, in derden, in vierden, en elk van die delen klinkt mee. Daarom komt een toon nooit alleen: wat wij voor één houden, is in werkelijkheid een hele toren.

Die toren is geen mening maar een berekening. De n-de boventoon heeft n keer de frequentie van de grondtoon, en daarmee ligt zijn afstand vast voordat iemand hem opschrijft. Het notenschrift kan er alleen bij in de buurt komen — hoever het ernaast zit, staat in de tabel hieronder.

De afbeeldingen zijn echt gegraveerd en nagemeten: de tonen komen uit de klank, de boventonen uit de berekening, en de natuurtonen van de trompet bovendien uit de greeptabel, die van deze pagina niets weet.

De reeks zelf

Acht boventonen boven een grondtoon, zoals ze geschreven worden. Onderin wijde sprongen, bovenin nauwe stappen, en daartussen wordt de afstand met elke stap kleiner. Deze reeks is overal dezelfde — ze hangt aan de grondtoon, niet aan het instrument en niet aan de toonsoort.

Acht boventonen boven dezelfde grondtoon, van onder naar boven
Engraved by Verovio 6.3.0-425dd7b    

1:2:3:4:5:6:7:8 — De afstanden worden van onder naar boven met elke stap kleiner

Het octaaf

De tweede boventoon trilt twee keer zo snel als de eerste. Hij is de enige die precies uitkomt: gedrukt en berekend vallen op dezelfde plek, zonder rest. Daarom draagt hij dezelfde naam als de grondtoon, en daarom horen twee tonen op octaafafstand bijna als één.

Dezelfde toon in vier liggingen, elke trede een verdubbeling
Engraved by Verovio 6.3.0-425dd7b    

2:1 — Elke trede verdubbelt de frequentie en klinkt als dezelfde toon

De kwint

De derde boventoon ligt een octaaf en een kwint boven de grondtoon. Berekend staat hij twee cent hoger dan de toets hem zet — bij een enkele toon hoort niemand dat. Stapel er echter twaalf van zulke kwinten op elkaar en de rest telt op, tot je niet meer op het beginpunt uitkomt.

Grondtoon en derde boventoon, geschreven als kwint
Engraved by Verovio 6.3.0-425dd7b    

3:2 — De berekende toon ligt net boven de gedrukte

De grote terts

De vijfde boventoon wordt als grote terts gedrukt en ligt er bijna veertien cent onder. Dat is meer dan een achtste toon, en het is te horen: een majeurakkoord dat een koor zuiver zingt klinkt rustiger dan hetzelfde akkoord op de piano. De toets kan niet anders, hij heeft voor alle toonsoorten maar één plek.

Grondtoon en vijfde boventoon, geschreven als grote terts
Engraved by Verovio 6.3.0-425dd7b    

5:4 — De berekende toon ligt hoorbaar onder de gedrukte

De zevende boventoon

De zevende boventoon is de eerste die het notenschrift duidelijk misloopt. Hij wordt als kleine septiem gedrukt en ligt berekend ruim dertig cent daaronder — bijna een zesde toon. Op geen enkele toets is hij te vinden. Wie hem wil horen heeft een stem nodig, een koper zonder ventielen of een snaar die je vrij kunt grijpen.

Vierde en zevende boventoon, geschreven als kleine septiem
Engraved by Verovio 6.3.0-425dd7b    

7:4 — De berekende toon ligt zo ver eronder dat geen toets hem haalt

De trompet zonder ventielen

Zonder ventielen speelt een trompet precies de tonen van deze reeks en geen ertussen. Hier is de reeks geen uitleg maar een instrument: dezelfde afstanden, hetzelfde dichter worden naar boven. De drie ventielen zijn dan het antwoord op de gaten onderin — ze verlagen de natuurtoon net genoeg om ze te sluiten.

De natuurtonen van de trompet, genoteerd, zonder één ventielgreep
Engraved by Verovio 6.3.0-425dd7b    

2:3:4:5:6:7:8 — Dezelfde rij afstanden als in de reeks, vanaf de tweede boventoon

Gedrukt en berekend

De tabel zet beide bronnen naast elkaar: links als welke noot een boventoon gedrukt wordt, rechts waar hij werkelijk ligt. De afwijking staat in cent — een halve toon heeft er honderd.

BoventoonVerhoudingAfwijking (cent)
11:1+0
22:1+0
33:1+2
44:1+0
55:1-14
66:1+2
77:1-31
88:1+0

Hoe de reeks is opgebouwd

De eerste boventoon is de grondtoon zelf. De tweede trilt twee keer zo snel en klinkt een octaaf hoger, de derde drie keer zo snel, de vierde vier keer. Zo gaat het door, en omdat de afstanden tussen naburige veelvouden naar boven toe kleiner worden, schuiven ook de tonen steeds dichter op elkaar: onderin octaaf en kwint, bovenin secundestappen.

Precies daaraan hangt wat een blaasinstrument zonder kleppen en ventielen kan spelen. Onderin de reeks gapen gaten, bovenin liggen de tonen dicht — daarom kan een hoge trompetpartij stapsgewijs lopen en een lage niet.

Het is ook de reeks die klankkleur verklaart. Twee instrumenten spelen dezelfde grondtoon en klinken verschillend, omdat bij elk andere boventonen luid zijn. De toon is dezelfde, de toren erboven is een andere.

Wat ernaast ligt

De afstanden van deze reeks dragen elk een eigen naam: Intervallen. Waarom de trompet drie ventielen nodig heeft en wat ze zonder kan: Greeptabel trompet. En wat daaruit volgt zodra een instrument gestemd moet worden: Gitaarstemmingen.

Notentekens · Muziektermen

Anotona doet het voor je

Maak een foto van een blad muziek of speel de melodie — Anotona vindt de toonsoort, zet de noten en transponeert ze naar elke andere. Gratis.

Bekijk Anotona

Elke noot op deze pagina is berekend, niet overgetypt.