Versieringen
Zes versieringen, elk twee keer gegraveerd: het teken zoals het gedrukt staat en dezelfde plek uitgeschreven — beide klinken, en beide duren precies even lang.
Eén teken boven de noot, en van één klank worden er vier. Een versiering schrijft geen andere noten voor, maar een manier om deze te spelen: de geschreven waarde blijft heel, en het teken zegt wat daarbinnen gebeurt. Elke versiering staat hier twee keer — zoals ze gedrukt wordt en daaronder uitgeschreven. Beide versies duren even lang; ze na elkaar beluisteren laat het verschil horen tussen schrift en klank.
Triller
De hoofdnoot en de buur erboven wisselen elkaar af, zo snel als het schoon blijft. Het teken zegt niet hoeveel wisselingen het zijn; uitgeschreven staan hier vier paren, en de notenwaarde blijft precies dezelfde.
Bovenmordent
Eén snelle stap omhoog en terug, daarna blijft de hoofdnoot liggen. Het teken is de gladde zigzag zonder streepje. De stap duurt niet langer dan een ooginslag — de hele rest van de waarde hoort bij de hoofdnoot.
Mordent
Hetzelfde naar beneden: één keer kort naar de buur eronder en meteen terug. Het teken draagt een verticaal streepje dwars door de zigzag. Dat is het hele verschil met de bovenmordent, en het wordt makkelijk over het hoofd gezien.
Dubbelslag
Vier klanken om de geschreven noot heen: de buur erboven, de hoofdnoot, de buur eronder, de hoofdnoot. Staat het teken boven de noot, dan begint de slag meteen; staat het erachter, dan klinkt de noot eerst en komt de slag aan het eind.
Korte voorslag
De kleine noot heeft een streepje door haar vlag en wordt zo kort gespeeld als het maar kan. Ze neemt de hoofdnoot bijna niets af: ze valt op de tel, en de hoofdnoot volgt onmiddellijk.
Lange voorslag
De kleine noot zonder streepje is geen versiering in de marge, maar een voorhouding. Ze neemt de helft van de waarde van de hoofdnoot — bij een gepunteerde noot twee derde — en lost pas daarna op. Klein geschreven, is zij het die je hoort.
Van boven of vanaf de hoofdnoot?
Hier gaan de meningen uiteen: begint een triller op de geschreven noot of op de buur erboven? In de barok, en nog bij Mozart, begint hij van boven — de versiering is daar een wrijving die zich oplost. In de negentiende eeuw, vanaf Hummel en Chopin, begint hij op de hoofdnoot. De beelden hier tonen de latere lezing; bij oude muziek hoort een blik in het voorwoord van de uitgave erbij, en een goede uitgave zegt het daar.
Hoeveel noten er in een versiering passen zegt geen enkel teken. Dat hangt af van tempo en instrument: wat hier met vier wisselingen uitgeschreven staat, worden er in een langzaam deel minder en in een snel deel meer.
Twee die zich niet laten uitschrijven
Twee tekens ontbreken in deze reeks, Arpeggio en Glissando, en wel om één reden: ze hebben geen vaste noten. De golflijn voor een akkoord zegt dat de klanken na elkaar komen — niet hoe snel. Het streepje tussen twee noten zegt dat de weg ertussen klinkt — op de piano zijn dat de toetsen ertussen, op de viool een glijbaan zonder treden. Wat ertussen ligt bepaalt het instrument, en daarom laat het zich niet in noten zetten.
Notentekens · Dynamiek · Nootwaarden · Muziektermen
Anotona doet het voor je
Maak een foto van een blad muziek of speel de melodie — Anotona vindt de toonsoort, zet de noten en transponeert ze naar elke andere. Gratis.
Bekijk AnotonaElke noot op deze pagina is berekend, niet overgetypt.