Nederlands

Notentekens

Muzikale vormen — hoe een stuk gebouwd is

Zes bouwwijzen op één melodie: wat zich herhaalt, wat terugkeert, wat veranderd terugkomt — en wat in een andere toonsoort staat.

Een stuk is meer dan een rij tonen. Het heeft een bouw: iets keert terug, iets staat ertussen, iets komt veranderd terug. Die bouw heet vorm, en hij is de reden dat een stuk van drie minuten niet klinkt als drie minuten toeval.

Op deze pagina staat zesmaal dezelfde eenvoudige melodie, en telkens is ze anders gebouwd. Wat verandert zit niet in de tonen maar in hun ordening — en juist dat is na te tellen.

De afbeeldingen zijn gegraveerd en nagemeten: de letters boven de delen, de dubbele maatstrepen ertussen en de tonenreeks van elk deel staan in het beeld en in de klank, en de twee laten zich tegenover elkaar zetten.

Het ostinato

Onderin loopt een kort patroon, en het loopt telkens hetzelfde. Daarboven beweegt de melodie vrij verder. Het patroon verandert niet, het houdt alleen op — en zolang het loopt, draagt het alles wat erboven ligt. Wie basfiguren uit popliedjes kent, kent het ostinato.

Drie maten: onderin driemaal hetzelfde patroon, daarboven een vrije melodie
Engraved by Verovio 6.3.0-425dd7b       2

De canon

Dezelfde melodie, tweemaal, maar niet tegelijk: de tweede stem begint later en zingt dan toon voor toon hetzelfde. Wat daarbij samenklinkt heeft niemand apart bedacht — het ontstaat doordat één enkele melodie zichzelf begeleidt.

Twee stemmen, de tweede zet twee tellen later in met dezelfde melodie
Engraved by Verovio 6.3.0-425dd7b       2

De liedvorm

Drie delen, en het eerste komt aan het slot onveranderd terug. Ertussen staat iets anders, zodat de terugkeer überhaupt als terugkeer te horen is. De eenvoudigste bouw die naar een geheel klinkt, en daarom de meest voorkomende die er is.

Drie delen met de letters A, B en A, door dubbele maatstrepen gescheiden
Engraved by Verovio 6.3.0-425dd7b     A   B A

Het rondo

Hetzelfde deel keert meermaals terug, en tussen zijn optredens staat telkens iets nieuws. Het terugkerende houdt het stuk bijeen, het tussenliggende houdt het in beweging. Hoe vaker het keerdeel komt, hoe meer de luisteraar er al op wacht.

Vijf delen: het keerdeel driemaal, met tweemaal nieuw materiaal ertussen
Engraved by Verovio 6.3.0-425dd7b     A   B A   C A

Thema en variatie

Het thema staat aan het begin eenvoudig daar. Daarna komt het terug — versierd, omspeeld, in kleinere waarden opgelost. De steunpunten blijven dezelfde, anders was het geen thema meer; alles ertussen is nieuw. Daarom heet het tweede deel A met een streepje.

Het thema in kwarten, daarna dezelfde tonen omspeeld in achtsten
Engraved by Verovio 6.3.0-425dd7b     A   A′

De sonatevorm

Twee thema’s, en ze staan eerst in verschillende toonsoorten: het eerste in de grondtoonsoort, het tweede hoger. In het midden wordt met beide gewerkt. Aan het slot keren ze allebei terug, en nu staat ook het tweede in de grondtoonsoort — die vereffening is de hele zin van de vorm.

Vijf delen: twee thema’s, een middendeel, dan beide thema’s opnieuw
Engraved by Verovio 6.3.0-425dd7b     A   B C   A B

De zes vormen in één oogopslag

Elke regel noemt de bouw en waaraan hij in het beeld te herkennen is. De letterreeksen staan zo boven de afbeeldingen van deze pagina; ze zijn geteld en niet geschat.

VormBouwWaaraan je het ziet
Het ostinatoéén patroon, doorlopendDe onderstem speelt driemaal dezelfde tonenreeks
De canonéén melodie, tweemaal, verschovenDe tweede stem herhaalt de eerste, twee tellen later
De liedvormA B AHet eerste en het derde deel klinken toon voor toon gelijk
Het rondoA B A C AHetzelfde deel klinkt driemaal, onveranderd
Thema en variatieA A′Elke vierde toon van de variatie is een toon van het thema
De sonatevormA B C A BHet tweede thema klinkt eerst hoger en aan het slot in de grondtoonsoort

Hoe een vorm gelezen wordt

Delen krijgen letters: het eerste heet A, het volgende andere B, het daaropvolgende andere C. Keert een deel terug, dan krijgt het zijn oude letter terug — vandaar dat de liedvorm als A B A gelezen wordt en het rondo als A B A C A. Komt het veranderd terug, dan krijgt het er een streepje bij.

In het notenbeeld scheidt een dubbele maatstreep de delen, en aan het slot staat een dikke eindstreep. Geen van beide is versiering: de dubbele maatstreep zegt dat hier iets nieuws begint zonder dat de muziek stilhoudt.

Twee van de zes vormen dragen geen letters, want ze hebben geen delen. Bij het ostinato loopt hetzelfde patroon onveranderd door terwijl erboven iets anders beweegt; bij de canon zingt de tweede stem dezelfde melodie, alleen later. Hun bouw staat boven elkaar in plaats van achter elkaar.

Wat ernaast staat

Hoe de lijnen tonen worden: Noten leren lezen. De strengste van alle vormen, met zes gedaanten van één thema: Fuga. Hoe een maat geteld wordt, voordat je hele delen telt: Maatsoorten.

Notentekens · Muziektermen

Anotona doet het voor je

Maak een foto van een blad muziek of speel de melodie — Anotona vindt de toonsoort, zet de noten en transponeert ze naar elke andere. Gratis.

Bekijk Anotona

Elke noot op deze pagina is berekend, niet overgetypt.