De opmaat
Vijf gevallen om te horen en te zien: dezelfde melodie, één keer vanaf het begin van de maat, één keer met opmaat. De noten blijven, de maatstrepen schuiven.
Veel liedjes beginnen niet op de eerste tel, maar een of twee noten eerder. Die onvolledige eerste maat heet opmaat. Het is geen fout in de gravure, maar een mededeling over de klemtoon: de eerste noot is onbeklemtoond, de volgende staat op de eerste tel.
Op deze bladzijde staat elk geval twee keer naast elkaar, en beide beelden dragen dezelfde reeks noten — dezelfde hoogtes, dezelfde inzetten, dezelfde duren. Dat is aan de klank nagemeten. Wat verschuift, zijn de maatstrepen in het gegraveerde beeld, en daarmee valt een andere noot op de eerste tel.
Twee dingen horen er onlosmakelijk bij: de opmaat telt niet als maat één — dat is de eerste volledige maat —, en de slotmaat wordt precies met de opmaat ingekort. Een stuk in vier kwart dat met één kwartnoot begint, eindigt met drie.
Een kwart voor de eerste tel
Links begint de melodie op de eerste tel, rechts een kwart eerder. De noten zijn dezelfde, maar rechts staat de eerste maatstreep al achter de eerste noot. Daardoor valt de hoge C op de eerste tel in plaats van de G, en de melodie klinkt alsof ze adem haalt voordat ze begint. De laatste maat rechts is precies die ene kwart korter.
Meer noten in de opmaat
Een opmaat hoeft geen enkele noot te zijn. Hier staan twee achtsten voor de eerste maatstreep — samen even lang als een kwart. Ze blijven met een waardestreep verbonden, want ze vallen binnen één tel. In het linkerbeeld openen diezelfde twee achtsten de maat, en daar draagt de eerste de klemtoon; rechts draagt de derde noot hem.
Een halve maat als opmaat
Een opmaat mag tot een halve maat gaan en verder — alleen een hele maat mag hij niet zijn, dan was het er geen. Hier staan twee kwarten voorop. De slotmaat rechts houdt daarom nog maar twee kwarten over, en die twee samen geven weer een volle maat.
Opmaat in drie kwart
In drie kwart verandert er niets aan de regel, alleen de getallen erin zijn anders. Een kwart opmaat betekent: de eerste volledige maat begint na één noot, en de slotmaat houdt nog twee kwarten. Juist in de driedelige maat hoor je het verschil goed, omdat de eerste tel daar zwaarder weegt dan in de vierdelige.
Opmaat in zes achtste
In zes achtste worden de achtsten per drie gebalkt, en juist die groepen schuiven mee. Links staan vier zuivere groepen van drie. Rechts staat de opmaatnoot alleen met een vlag, dan volgen de drietallen verschoven, en aan het eind blijft een groep van twee over. Aan de balken zie je waar de maat begint, nog voordat je de maatstreep zoekt.
Opmaat en slotmaat horen bij elkaar
De opmaat is altijd korter dan een hele maat — anders was het er geen. Hoeveel korter staat nergens geschreven: een kwart, twee achtsten, een halve maat, alles komt voor. Je leest het af aan de plaats van de eerste maatstreep.
Aan het eind komt de rest terug. Begint een stuk in vier kwart met één kwartnoot, dan heeft de laatste maat er nog maar drie — samen weer vier. Wie het stuk herhaalt, telt over de slotmaat heen tot in de opmaat door, en de telling klopt. Daar is de inkorting voor; het is geen slordigheid van de graveur.
Eén ding zegt de opmaat niet: hoe snel of hoe hard er gespeeld wordt. Hij verschuift alleen waar de eerste tel valt.
Wat ernaast staat
Wat een maat eigenlijk is en welke tellen de klemtoon dragen: Maatsoorten. Hoe je een notenbeeld van voren af aan leest: Noten leren lezen.
Notentekens · Maatsoorten · Muziektermen
Anotona doet het voor je
Maak een foto van een blad muziek of speel de melodie — Anotona vindt de toonsoort, zet de noten en transponeert ze naar elke andere. Gratis.
Bekijk AnotonaElke noot op deze pagina is berekend, niet overgetypt.